Bomenstichting, Oudegracht 201bis, 3511 NG Utrecht
www.bomenstichting.nl
Voorzieningenrechter rechtbank Amsterdam
Zitting van 23 oktober 2008 te 15.55 uurPleitaantekeningen mr. F.C.S. Warendorf, mede namens Vereniging Beethovenstraat-Parnassusweg
Bij de beoordeling van de rechtmatigheid van de kapvergunning moet worden bezien of verweerder terecht is uitgegaan van de voorliggende planning. Bezien moet immers worden of deze planning niet meebrengt dat het belang van de handhaving van het natuur-, landschaps- of stadsschoon onaanvaardbaar in de verdrukking komt. Indien dat het geval is, moet de vergunning worden herroepen.
Naar het oordeel van de Bomenstichting en de Vereniging Beethovenstraat-Parnassusweg komt het natuur-, landschaps- of stadsschoon onaanvaardbaar in de verdrukking. De noodzakelijke compensatie is te ver naar de toekomst geschoven en de kap van een groot aantal bomen is onnodig.
Een korte toelichting.
In de oorspronkelijke planning was voorzien in redelijk tijdige compensatie van het aan te tasten groen. De Christus’ Geboortekerk aan de Prinses Irenestraat zou plaatsmaken voor nieuwbouw van de school. De oude school en het convict zouden worden afgebroken en de daardoor vrijkomende grond zou voor een groot deel aan het park worden toegevoegd volgens het principe ‘groen voor rood’ zoals uiteengezet in het boekje dat behoort bij het Uitvoeringsbesluit Beethoven.
De kaart hierboven was gevoegd bij de in de Prinses Irenebuurt verspreide bewonersbrief van stadsdeelvoorzitter en portefeuillehouder Zuidas de heer D. Adema van 13 mei 2008. De bestaande bebouwing, behoudens de kapel, nr. c op de kaart, zou worden gesloopt. Doordat was vastgelegd dat de nieuwbouw van de school als eerste zou worden aangepakt met daarna - hooguit tegelijkertijd - de kantoorontwikkeling op de achterliggende kavels, zou de verhuizing van de school binnen afzienbare tijd kunnen plaatsvinden om de weg vrij te maken voor de compensatie van het groen dat door de kantoorontwikkeling zou verdwijnen. Op deze wijze zou het natuur-, landschaps- en stadsschoon zo min mogelijk worden aangetast.
Geconstateerd moet worden dat in de huidige planning niets van dit alles is terug te vinden. Verweerder kan dit niet verdedigen met de stelling dat een planning nu eenmaal flexibel is en dat de garantie wordt gegeven dat de hoeveelheid m² 'groen' in de eindsituatie gelijk zal zijn aan de huidige situatie. De eindsituatie is immers veel te ver weg komen te liggen en er is onvoldoende zekerheid dat deze eindsituatie zal worden bereikt. Dat betekent dat er gedurende vele jaren geen sprietje groen, laat staan een boom, in het plangebied te bekennen zal zijn ter compensatie van het binnenkort al aan te tasten groen. Van belang is verder dat volgens verweerder, ten gevolge van de noodzakelijke opheffing van de stadsdeelwerf, in het monumentale deel van het park bomen moeten worden gekapt om een onderkomen voor de tuinlieden te creëren. Deze vierkante meters groen worden ook niet gecompenseerd. Inmiddels is ook het onbebouwde en groene gebied naast het convict bebouwd met de tijdelijke behuizing voor Hestia kinderopvang. Er komt dus steeds meer rood bij en geen nieuw groen.
Verweerder zal bij het nemen van de beslissing op bezwaar goed moeten nadenken over het gebrek aan compensatie. De brandbrief die het dagelijks bestuur van stadsdeel Zuideramstel deze maand aan verweerder heeft gezonden waarin nog eens is benadrukt dat de nieuwbouw en herontwikkeling gelijk op moeten gaan, zal daarbij tezamen met de 58 bezwaarschriften waarin hetzelfde wordt betoogd, in overweging moeten worden genomen. Het negeren van deze oproepen zou op onaanvaardbare wijze indruisen tegen de afspraken die zijn gemaakt over de bestuurlijke samenwerking in het grootstedelijk gebied Zuidas. Naar het oordeel van de Bomenstichting en de Vereniging Beethovenstraat-Parnassusweg zal de heroverweging moeten leiden tot het heropenen van het overleg met de stakeholders, ING Vastgoed en AkzoNobel, en nadere afspraken over fasering van de werkzaamheden, hetgeen de betrokkenen in het licht van de huidige economische situatie wellicht niet eens zo slecht uitkomt.
Indien uitstel niet mogelijk zou zijn, dan kan verweerder de uitplaatsing van de school wellicht versnellen door met ingang van het nieuwe schooljaar in augustus 2009 tijdelijke huisvesting elders aan te bieden, zodat de school kan worden afgebroken. Ook kan het convict alvast worden afgebroken en de meest oostelijke vleugel van de school, die alleen nog voor avondonderwijs wordt gebruikt. Ook de zuidelijke vleugel zou misschien alvast kunnen worden afgebroken, zie p. 81 van het boekje bij het uitvoeringsbesluit.
Duidelijk zal moeten zijn dat aan het groen in de stad een prijskaartje zit. Dit was ook uitdrukkelijk de bedoeling van het ontwikkelen van een hoofdgroenstructuur, zoals uiteengezet in de bezwaarschriften. Met de komst van de hoofdgroenstructuur in 1996 kwam erkenning voor het feit dat groen in Amsterdam te lang een sluitpost is gebleven en heeft moeten wijken voor de hardere stedelijke functies. “Groen is nu zelf één van die harde functies geworden.” (Nota Groen in Amsterdam, DRO 1997, p. 10).
Verweerder zal dit moeten erkennen tezamen met het feit dat het onderhavige gebied wel degelijk deel uitmaakt van de hoofdgroenstructuur. Tijdens de zitting van de bezwaarschriftencommissie op 14 oktober 2008 heb ik in reactie op de stelling van verweerder dat dit niet zo zou zijn, gewezen op de kaart Groen en water 2010 van het structuurplan van Amsterdam ‘Kiezen voor stedelijkheid’. Op deze kaart is de hoofdgroenstructuur weergegeven, zie de toelichting op het kaartblad op p. 69. Het onderhavige gebied is hierop aangeduid als park. Ik verwijs kortheidshalve naar mijn pleitaantekeningen bij de bezwaarschriftencommissie met het verzoek deze als hier herhaald en ingelast te beschouwen, ook waar het gaat om de ecologische verbindingszone van grootstedelijk belang, die naar het plangebied toeloopt. In reactie hierop heeft de raadsman van verweerder tijdens de zitting van de bezwaarschriftencommissie gezegd dat, als blijkt dat een advies van de Technische Adviescommissie Hoofdgroenstructuur (TAC) nodig is, dit advies zal worden gevraagd.
Het lijkt mij overduidelijk dat een advies van de TAC nodig is. Het feit dat reeds kantoorontwikkeling op de plankaart van het structuurplan is voorzien, brengt niet mee dat er geen sprake zou zijn van hoofdgroenstructuur. Ten eerste zou dan de kaart Groen en water 2010 daarop zijn aangepast. Ten tweede moet eerst op bestemmingsplanniveau over de precieze invulling van het gebied worden besloten. Juist voor die fase is het groenadvies van de TAC voorgeschreven. Van belang is ook dat de huidige school en het convict niet op de plankaart zijn ingetekend. Dit zou kunnen betekenen dat het verdwijnen van deze bebouwing een noodzakelijke voorwaarde is voor de kantoorontwikkeling aan de zuidwestzijde van het gebied, zoals ook steeds is voorgehouden in de bestuurlijke stukken inzake Beethoven die aan de bevolking, de stadsdeelraad en de gemeenteraad zijn voorgelegd.
Het lijkt mij van belang dat alvorens op de bezwaarschriften wordt beslist het advies van de TAC wordt afgewacht evenals - uiteraard - het daaropvolgende advies van de bezwaarschriftencommissie en de ontheffing ingevolge de Flora- en faunawet. De belangen zijn groot en voorkomen moet worden dat ook hier een gebied wordt kaalgeslagen terwijl nadien blijkt dat de plannen (voorlopig) geen doorgang kunnen vinden.
Ten slotte nog een enkel woord over de aanleg van de kabels en leidingen waardoor bijna alle bomen in de Prinses Irenestraat en een groot aantal in de strook ten noorden daarvan zouden moeten sneuvelen.
In 2003 is in de Prinses Irenestraat een persriool aangelegd op een diepte van ongeveer 6 meter. Dit was nodig in verband met de bouw van een nieuwe zuiveringsinstallatie in het Westelijk Havengebied. De bomen in de straat zijn toen wel behouden en het verkeer kon over de stoep worden geleid. De leidingen kunnen gemakkelijk boven dit persriool in de straat worden gelegd en het verkeer kan op dezelfde wijze als in 2003 worden geregeld. In het uitvoeringsbesluit is niet voorzien dat het fietspad ten zuiden van het St. Nicolaas Lyceum al in de eerste fase zou verdwijnen en dat al het langzaam verkeer door de Prinses Irenestraat zou moeten worden geleid. Immers, eerst zou worden begonnen met de sloop van de kerk en de nieuwbouw van de school. Wijziging van de kruising Beethovenstraat-Prinses Irenestraat zou niet nodig zijn vanwege het tunneltje onder de Beethovenstraat dat zou worden gehandhaafd. Als de planning van het uitvoeringsbesluit was aangehouden, hadden het fietspad en het tunneltje gedurende de aanleg van de leidingen als doorgaande route behouden kunnen blijven - hooguit zou een korte buitengebruikstelling nodig zijn geweest om de door de tunnel lopende leidingen te verwijderen.
Het omgooien van de planning heeft tot gevolg dat al het verkeer door de Prinses Irenestraat moet worden geleid, terwijl daar ook de leidingen moeten worden gelegd en dat in de Beethovenstraat een gevaarlijke kruising ontstaat doordat het tunneltje verdwijnt. Dit is geen manier van werken. Ik wijs ook op p. 49 van het boekje Uitvoeringsbesluit Beethoven, waar is opgenomen dat, om de kwaliteit van de openbare en private buitenruimten te vergroten, kabels en leidingen zoveel mogelijk door de garage worden gevoerd. Zie ook de Visie Zuidas 2007 waarin op p. 45 is vermeld dat vervanging, aanpassing en het leggen van nieuwe kabels en leidingen op duurzame wijze moet gebeuren. Van dit alles is niets te merken. Ook dit pleit ervoor dat nog eens goed wordt gekeken naar de fasering van de werkzaamheden en dat bebouwing van de AkzoNobel-kavel zo nodig wordt uitgesteld.
Er moet een nieuwe planning komen en aan de hand van deze planning zal een nieuwe kapvergunningaanvraag moeten worden voorbereid en ingediend.
Gelet op al het voorgaande verzoek ik u het besluit te schorsen totdat op de bezwaarschriften is beslist.